Is een leescultuur nog wel van deze tijd?
De nieuwe PISA-resultaten zijn binnen. Voor het eerst onderzoekt PISA hoe jongeren leren in een digitale wereld: kunnen zij digitale hulpmiddelen gebruiken, informatie beoordelen, problemen oplossen en hun leren sturen? Belangrijk, maar vanuit het perspectief van digitaliteit is dit te beperkt.
Met digitaliteit bedoel ik niet simpelweg de aanwezigheid of het gebruik van digitale technologie, maar de manier waarop technologie verweven is geraakt met onze leefwereld. Ook met die van kinderen en jongeren. Digitaliteit geeft mede vorm aan hoe we onze aandacht richten, leren, communiceren, denken en handelen. Jongeren moeten daarom niet alleen leren met digitale technologie; zij leren en ontwikkelen zich ook onder condities van digitaliteit.
Daar zit een interessante paradox. Om jongeren goed toe te rusten voor die werkelijkheid moeten wij hen helpen om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld computational problem solving waar PISA zich op richtte (zie de vaardigheden die in de intro van deze tekst worden genoemd). Tegelijkertijd moeten we de ontwikkeling van fundamentele vaardigheden blijven borgen.
Lezen en schrijven
Lezen en schrijven zijn daarvan goede voorbeelden. Informatie is overal beschikbaar en GenAI kan teksten samenvatten, interpreteren en zelfs genereren. De vraag dringt zich daarom op waarom we het belangrijk vinden dat jongeren zélf vaardige lezers en schrijvers worden. Het antwoord is eenvoudig. Lezen en schrijven doen meer dan ons toegang geven tot informatie of ons in staat stellen een tekst te produceren.
Wie goed leest, kan langere gedachtegangen volgen, verbanden leggen, nieuwe kennis verbinden met wat diegene al weet en informatie wegen en beoordelen. Schrijven vraagt om gedachten te ordenen, te formuleren en opnieuw te doordenken. En voor beide zijn focus en volgehouden aandacht nodig. Het zijn daarmee niet alleen vaardigheden waarmee we tot een product komen; ze dragen ook bij aan de ontwikkeling van kennis en (kritisch) denken.
Leescultuur
Om een vaardige lezer te worden die begrijpt wat hij of zij leest en informatie kan wegen en beoordelen, is opgroeien in een leescultuur van groot belang. Niet voor niets roept de Leescoalitie daarom op tot het versterken hiervan.
Maar wat bedoelen we eigenlijk met leescultuur? Kenmerkend voor een cultuur is dat die wordt aangeleerd en doorgegeven, via socialisatie, onderwijs, gewoonten en rituelen. Een leescultuur gaat dan ook niet alleen over leesvaardigheid. Het gaat ook om leesgedrag, routines, attitudes ten aanzien van lezen, toegang tot boeken en om cultuurdragers. Een sterke leescultuur is een cultuur waarin lezen een belangrijke en gewaardeerde activiteit is.
Ben jij drager van een leescultuur?
Je eerlijke antwoord op bovenstaande vraag is misschien: een beetje. Je leest zelf niet zo vaak, maar je vindt lezen voor kinderen wel belangrijk. Of: op onze school vinden we lezen belangrijk, maar door alle andere prioriteiten schiet het er soms bij in.
Een cultuur kun je niet maar een beetje dragen. Je draagt altijd iets over. Niet alleen door wat je zegt, maar ook door wat je doet, waar je tijd voor maakt, wat zichtbaar is en welke routines vanzelfsprekend zijn.
Een leraar die zegt dat lezen belangrijk is, maar daar in de praktijk weinig tijd voor maakt, geeft óók een boodschap af. Een school met een prachtige boekencollectie maar zonder stevige leesroutines eveneens. En een volwassene die kinderen aanspoort te lezen, maar zelf vooral naar een scherm grijpt, is net zo goed cultuurdrager.
Welke boodschap over de waarde en het plezier van lezen draag jij over?
Die vraag welke boodschap over de waarde en het plezier van lezen jij overdraagt wordt onder condities van digitaliteit alleen maar relevanter.
Digitaliteit stelt ons daarmee niet alleen voor de vraag welke nieuwe vaardigheden jongeren nodig hebben. Zij dwingt ons ook opnieuw na te denken over wat we belangrijk vinden dat jongeren zélf leren en blijven kunnen. Dat is uiteindelijk geen vraag die technologie voor ons kan beantwoorden. Het is een pedagogische en onderwijskundige keuze.
Als we vinden dat kinderen vaardige lezers en schrijvers moeten worden, zullen we een omgeving moeten creëren waarin lezen en schrijven zichtbaar van waarde zijn, waarin er tijd en aandacht voor is en waarin kinderen volwassenen ontmoeten die dat ook voorleven.
Meer van deze tijd dan ooit
Daarmee krijgt de vraag ‘Is een leescultuur nog wel van deze tijd?’ misschien een onverwacht antwoord. Hoewel technologie steeds meer lees-, schrijf- en denkwerk van ons kan overnemen, wordt het belangrijker om bewust te kiezen wat we zelf willen blijven ontwikkelen en doorgeven.
Een leescultuur is dus niet iets uit het verleden. De vraag is wel welke leescultuur wij zelf dragen en welke boodschap we daarmee aan kinderen en jongeren meegeven.
Marga Sikkema-de Jong is hoogleraar Onderwijs en Opvoeding in een Digitale Wereld aan de Universiteit Leiden. Zij onderzoekt hoe digitale technologieën, van interactieve prentenboeken tot sociale media en generatieve AI, het leren, de ontwikkeling en de sociale relaties van kinderen en jongeren beïnvloeden.
0 Comments