leidenpedagogiekblog

Waarom je niet alles onthoudt wat je leest

Waarom je niet alles onthoudt wat je leest

In onze maatschappij moet je heel veel leren van teksten - denk maar aan de bijna eindeloze stroom schoolboeken - en hiervoor is het opbouwen van een correct mentaal model essentieel. Gelukkig hebben we een kritisch brein dat ons hierbij een handje helpt!

Denk eens terug aan je school- of studietijd. Hoeveel van je kennis heb je opgedaan via teksten? Hoeveel boeken heb je gelezen? Zelfs bij het lezen van deze blog, lukt het je zonder veel moeite deze tekst te begrijpen. Om dit voor elkaar te krijgen, is je brein heel hard aan het werk. Bij iedere zin die je leest, verwerk je de woorden en de grammatica. Ook probeer je verbanden te leggen met je eigen achtergrondkennis en de rest van de tekst om de zinnen te begrijpen. En dit alles doe je in slechts enkele seconden. Als je er over nadenkt, is het eigenlijk ontzettend knap dat al deze processen (vrijwel) tegelijkertijd plaatsvinden. Ieder nieuw stukje informatie wordt ingepast in jouw beeld van de tekst om zo een samenhangend en kloppend plaatje te creëren (je mentale model). Best complex dus dat lezen.

Ons kritische brein

Het mentale model kan alleen niet klakkeloos worden aangepast op basis van wat je leest. In een perfecte wereld is alles wat je leest 100% correct, maar in de praktijk is dit niet het geval. Teksten kunnen op allerlei manieren niet (helemaal) kloppen. Er kunnen feitelijke onjuistheden of zelfs bewuste leugens in staan, teksten kunnen tegenstrijdige informatie bevatten of kunnen andere teksten over hetzelfde onderwerp tegenspreken. Om te voorkomen dat ons geheugen volloopt met onjuiste kennis, is het belangrijk dat de informatie eerst gecheckt wordt voordat het mentale model aangepast wordt. Het proces dat nieuwe informatie checkt voordat het opgenomen wordt in het mentale model heet ‘validatie’.

Wat je weet versus wat je leest

De mentale representatie wordt gevalideerd tegen verschillende bronnen van informatie, zoals de achtergrondkennis van de lezer en de informatie uit de eerdere tekst. Neem bijvoorbeeld de zin “De olifant vliegt weg.”. Bij het lezen van deze zin gaan er waarschijnlijk meteen alarmbellen af, want je weet dat olifanten niet kunnen vliegen. Is het dan nog steeds een probleem als je dezelfde zin in een verhaal over Dombo het circusolifantje tegenkomt? Waarschijnlijk niet. Lezers gebruiken dus zowel informatie uit hun achtergrondkennis als informatie uit de inhoud van de gelezen tekst om de tekst te begrijpen, om te checken of ieder nieuw stukje informatie klopt met wat ze weten en wat ze net gelezen hebben.

Leren van teksten

Nadat een stukje informatie succesvol gecheckt is, wordt dit opgenomen in het mentale model en uiteindelijk in het langetermijngeheugen opgeslagen. Validatieprocessen spelen dus niet alleen een rol in hoe mensen lezen, maar ook in hoe mensen leren van teksten. Zowel wat je eerder gelezen hebt als wat je weet, is bepalend voor wat en hoe je van een tekst leert en dus hoe je je kennis uitbreidt of aanpast. Dit zijn natuurlijk allemaal processen die zich in een flits afspelen, waar de meeste mensen niet eens bij stilstaan. Door deze processen te onderzoeken krijgen we niet alleen meer inzicht in hoe mensen lezen, maar vooral ook in hoe mensen omgaan met incorrecte informatie en hoe ons brein ons mentale model (en daarmee ons geheugen) probeert te beschermen tegen deze informatie. Je brein zorgt er dus voor dat je niet alles onthoudt wat je leest, maar met de toenemende hoeveelheid desinformatie en nepnieuws op internet is dat misschien maar goed ook.

0 Comments