leidenpedagogiekblog

Student voice en participatie in het onderwijs

Student voice en participatie in het onderwijs

Als wij toekomstige complexe vraagstukken op lokaal en mondiaal niveau met vertrouwen willen aanpakken, kunnen wij niet zonder de stem en bijdrage van leerlingen en studenten. De rol van onderwijs kan en moet daarin betekenisvol zijn en (wereld)burgerschap kan eraan bijdragen.

In het Verdrag van de Rechten van het Kind staan niet alleen rechten om kinderen te beschermen, maar ook rechten die emanciperend zijn van aard, zoals artikelen 5, 12, 13 of 14, om een paar te noemen. Deze artikelen zijn niet alleen belangrijk vanwege de juridische kaders, zoals in artikelen 12 en 5 als het gaat om de leeftijd waarop een kind het recht heeft om te worden gehoord in zaken die haar of hem raken, of om beslissingen nemen in bijvoorbeeld medische aangelegenheden. Ze zijn ook belangrijk met betrekking tot burgerschap en democratie. De school is vaak het eerste democratische instituut waarmee leerlingen in contact komen en ervaringen opdoen. Een open school- en discussiecultuur draagt bij aan de burgerschapscompetenties van leerlingen.

Het recht om gehoord te worden en vrijheid van meningsuiting

Op 20 november 1989 namen de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind aan. Het ook door Nederland in 1995 geratificeerde verdrag stelt:

“Bij alle maatregelen betreffende kinderen, ongeacht of deze worden genomen door openbare of particuliere instellingen voor maatschappelijk welzijn of door rechtelijke instanties, bestuurlijke autoriteiten of wetgevende lichamen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging.” (artikel 3, lid 1)

En voorts staan de ondertekenaars ervoor dat:

"Het kind dat in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, het recht heeft die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid." (artikel 12, lid 1)

Het verdrag bepaalt in ditzelfde artikel ook dat het kind in de gelegenheid gesteld wordt, gehoord te worden. En in artikel 13 (lid 1) worden de rechten van het kind gedefinieerd met betrekking tot zijn vrijheid om zijn mening uit te drukken. Zulke rechten zetten niet alleen een juridisch kader voor volwassenen en kinderen, maar zijn ook morele richtlijnen voor ons als volwassenen in het onderwijs om de stem van leerlingen en studenten serieus te nemen.1

Student voice: vaak niet gehoord

In burgerschapsvorming is “student voice” een burgerschapsopvatting waarin de stem van leerlingen en studenten serieus wordt genomen en waarin ze betrokken worden bij belangrijke besluitvorming.2 Het gaat dus om de empowerment van leerlingen en studenten en ze actief te laten participeren.

Participatie in de school kan op verschillende manieren: door leerlingen te laten participeren in curriculumverbeteringen, een leerlingenraad in te stellen of leerlingen te betrekken bij besluitvorming rond en in de school, zoals bij het aanstellen van docenten. Maar het geven van een stem aan leerlingen en ze gelijkwaardig behandelen, is geen makkelijke zaak. Immers, in het onderwijs heeft men met formele en informele machtsverhoudingen te maken: leerlingen en leraren, leraren en directie, leerlingen en directie, enzovoort.

Resultaten van een Engelse longitudinaal onderzoek3 naar o.a. leerlingenraden waren af en toe ontnuchterend: leerlingen hadden het idee dat het altijd dezelfde leerlingen waren die deelnamen of het idee dat het “nep” was, omdat de leerlingenraad alleen een adviserende rol had. In ons onderzoek over burgerschapsvorming in het mbo komt dit ook terug: mbo-studenten willen serieus worden genomen.4 Hiermee bedoelen ze ook dat ze lessen in burgerschap willen waarin ze niet betutteld worden, maar serieus worden genomen door docenten en onze organisatie.

"Hangt het belang dat wij hechten aan de stem van de jeugd af van de mate waarin wij steun ervaren voor onze eigen standpunten? "

Een ander voorbeeld is onderzoek van een van onze pabostudenten over leesplezier op een basisschool. De leerlingen werd gevraagd naar hun motivatie om te lezen en hun ideeën over hoe op school hun leesplezier kan worden vergroot. Leerlingen van groep 5 en 6 werden geïnterviewd. Interessant was dat leerlingen al een duidelijk beeld hadden van de functie van lezen en ook duidelijke voorkeur voor een genre. Nog interessanter was dat leerlingen aangaven dat ze thuis met plezier lazen en op school niet. Ze hadden verbetersuggesties met betrekking tot de kwaliteit van de boeken op school, de leeshoek, de regels rond leestijden, samen naar de bibliotheek gaan en het uitwisselen van ideeën over boeken en genres.5 De aanbevelingen werden ons niet in dank afgenomen en we kregen een kortaf antwoord van de twee betrokken leraren. Er werd niets gedaan met de suggesties. Frustrerend voor de leerlingen die mee hadden gedaan en frustrerend voor onze pabostudenten. Leerlingen en studenten leren in zulke situatie af om te participeren of leren dat wat ze denken en vinden er niet toe doet.

Klimaatactie: Onderwijs in de politieke ‘duurzaamheidsarena’

Een ander voorbeeld zijn de klimaatacties gevoerd door leerlingen. Een zeer diverse groep van meer dan 15.000 leerlingen kwam op 7 februari 2019 naar Den Haag om politici een klimaatspiegel voor te houden. Heel snel zagen we dat groepen volwassenen een oordeel hadden over dé ‘klimaatspijbelaars’. Vooraanstaande milieu- en klimaatexperts steunden deze scholieren in een open brief en onderstreepten hun eigen gelijk: ‘Hun boodschap klopt’.

De minister van onderwijs en de premier vonden dat er buiten schooltijd gedemonstreerd moest worden en ook popte de term ‘kinderklimaatsoldaatjes’ in de politieke arena op. Bij Nieuwsuur onthulde een rector dan weer trots te zijn op de klimaatspijbelaars, maar hij was minder enthousiast over het spijbelen tegen vergaande immigratie.

Hangt het belang dat wij hechten aan de stem van de jeugd af van de mate waarin wij steun ervaren voor onze eigen standpunten? Hoe serieus nemen wij de inbreng van leerlingen, hoe nieuwsgierig zijn we naar hun opvattingen, drijfveren en wat verwachten we echt van hen?

Het lijkt erop dat we over de mening van kinderen oordelen zonder met hen in gesprek te zijn. Een gemiste kans. Als wij toekomstige complexe vraagstukken op lokaal en mondiaal niveau met vertrouwen willen aanpakken, kunnen wij niet zonder de stem en bijdrage van leerlingen en studenten. De rol van onderwijs kan en moet daarin betekenisvol zijn en (wereld)burgerschap kan eraan bijdragen.

1 Lundy, L. (2007). “Voice” is not enough: conceptualizing article 12 of the United Nations Convention on the rights of the child. British Education research Journal, v17, p 927-942.

2 Bron, J. (2018) Student voice in curriculum development. Proefschrift: Universiteit van Humanistiek.

3 Keating et al. (2009). Embedding Citizenship Education in Secundary School in England (2002-2006). National foundation for Educational Research.

4 Guérin et al. (2018). Vooronderzoek Actief Burgerschap. ROC van Twente: Onderzoeksrapport.

5 Huitema, H. (2013). Onderzoek naar de lesmotivatie van leerlingen groep 5 & 6 van de basisschool X. Bachelorscriptie.

In aanloop naar de Internationale Dag van de Rechten van het Kind

Deze blogpost is onderdeel van een korte serie in aanloop naar de Internationale Dag van de Rechten van het Kind op 20 november 2020 en bouwt voort op het dossier KROOST ter gelegenheid van de 30e verjaardag van het VN-Kinderrechtenverdrag in november 2019.

Bekijk het dossier KROOST

0 Comments