leidenpedagogiekblog

Dag 5. Een kind in de ouderrol

Dag 5. Een kind in de ouderrol

Kinderen van ouders met psychische stoornissen en verslavingsproblematiek hebben vaak extra aandacht en begeleiding nodig, omdat hun ouders niet altijd in staat zijn de juiste zorg te bieden.

Het kind moet dan soms min of meer voor zichzelf zorgen, of in het slechtste geval voor zichzelf en voor de ouder. Uit onderzoek weten we dat die rolomdraaiing (het kind wordt de verzorger van de ouder, ook wel parentificatie genoemd) doorgaans niet zo goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Zeker niet als de zorg die het kind aan de ouder geeft duidelijk niet past bij de leeftijd van het kind en als het leidt tot het moeten verwaarlozen van het eigen ‘gewone’ kinderleven. Het verhaal van vandaag uit de regio Rijnmond illustreert dit goed.

De moeder wil haar kind terug

Een meisje van 10 jaar heeft een verslaafde moeder die al een tijd niet meer goed in staat is om voor haar dochter te zorgen. Om dit te ondervangen is het meisje in een pleeggezin geplaatst. Daar gaat het goed met haar. Moeder wil graag afkicken en ziet haar dochter ook als motivatie: als ze afkickt en haar leven op orde krijgt, dan mag ze haar dochter weer zelf opvoeden. Het meisje is elke week een dagdeel bij haar moeder. Maar iedere keer als ze afscheid van elkaar moeten nemen, huilt moeder en zegt ze tegen haar dochter hoe graag ze haar terug wil en hoe belangrijk ze het vindt om te laten zien dat ze echt haar leven kan beteren. Het meisje krijgt slaapproblemen en voelt zich schuldig dat haar afwezigheid haar moeder zoveel verdriet bezorgt.

Het meisje voelt zich verantwoordelijk voor haar moeder en wil voorkomen dat moeder terugvalt in haar oude gedrag.

Bang dat het weer mis gaat

Na enige tijd besluiten hulpverleners om het meisje met toezicht weer bij moeder te plaatsen. Moeder is op de goede weg en kickt na verloop van tijd inderdaad helemaal af. Dat klinkt als goed nieuws. Maar met het meisje gaat het helaas minder goed, signaleert de school. Haar schoolprestaties nemen af, ze verzuimt veel met vage klachten en is vaak niet echt bij de les. Als haar leerkracht vraagt wat er toch aan de hand is, vertelt het meisje dat ze pas rond middernacht gaat slapen, omdat ze niet naar bed durft voordat haar moeder gaat slapen; ze is bang dat moeder toch weer uitgaat en drugs gaat gebruiken.

Het meisje voelt zich verantwoordelijk voor haar moeder en wil voorkomen dat moeder terugvalt in haar oude gedrag. Eigenlijk durft ze ook niet naar school, want haar moeder zegt steeds: 'zolang jij maar bij mij bent, kan ik van de drugs afblijven.' Het meisje heeft hiermee eigenlijk een ouderrol toegewezen gekregen: goed opletten of moeder zich wel aan de regels houdt en geen gevaarlijk gedrag of grensoverschrijdend gedrag vertoont.

Het kind kan geen kind zijn

Opblijven tot middernacht is niet passend voor een meisje van 10 jaar. En haar zorgen – zowel die in haar hoofd als dat in haar handelen – maakt dat ze niet kan doen wat een meisje van 10 wel moet doen: naar school gaan, leren, en met vriendjes spelen. Moeder zit omgekeerd in de kinderrol en vraagt haar dochter voor haar te zorgen en het welzijn van haar moeder boven haar eigen welzijn te plaatsen. De school ziet het gebeuren, maar kan maar weinig doen. Het hulpverleningssysteem lijkt soms meer gericht op het functioneren van de moeder en te weinig op het welbevinden van het kind.

0 Comments