leidenpedagogiekblog

Dag 20. Oog voor het kind

Dag 20. Oog voor het kind

Vandaag precies 30 jaar geleden werd het Kinderrechtenverdrag aangenomen door de Verenigde Naties en anno 2019 zijn nagenoeg alle landen partij bij dit voor kinderen zo belangrijke mensenrechtenverdrag.

Er is de afgelopen jaren veel gebeurd, ook in Nederland. Zo is er wetgeving gekomen die geweld tegen kinderen in de opvoeding verbiedt, heeft Nederland een Kinderombudsman gekregen en zijn rechters hun uitspraken veel meer gaan baseren op het kinderrechtenverdrag. Tegelijkertijd liggen er nog grote uitdagingen voor ons, zo lieten de recente inspectierapporten over de zorgen rondom de jeugdbescherming zien. En dit blog heeft tot nu toe duidelijk gemaakt dat bezien vanuit het onderwijs kinderrechten nog niet vanzelfsprekend zijn, althans nog niet bij iedereen op netvlies staan. En dat zou wel moeten. Kinderrechten draaien in de kern om erkenning van het kind als belangrijkste actor in zijn of haar eigen leven. Ieder kind moet dan ook gezien worden en zich veilig weten. Dat school hierin een cruciale rol speelt, hebben de eerste 19 blogs in deze serie treffend laten zien. Maar het is ook herkenbaar in de volgende dagelijkse situaties opgetekend vanuit een basisschool in de regio Amsterdam. Gewoon oog hebben voor het kind.*

Goedemorgen meester

Het is donker, ook op het schoolplein. De lichten in de school zijn al aan. De leerkracht zet om 7.45 uur zijn fiets in het hok. Hij hoort: ‘Goedemorgen meester.’ Hij ziet Jacob, een van zijn leerlingen. ‘Hé, jongen ben jij er al?’ ‘Ja, meester, mama begint om 6.00 u. met schoonmaken en ik verveel me thuis.’ De leerkracht doet de deur open. ‘Wil jij me dan even helpen de stoeltjes van de tafel te halen?’ ‘Doe ik meester, gezellig die lichten binnen’, antwoordt de jongen. Voortaan helpt hij elke ochtend voor schooltijd zijn meester. Er is altijd wel wat te doen.

Goedemorgen juf

De leerkracht staat bij de deur van haar klaslokaal. De kinderen komen binnen en geven haar een hand. ‘Goedemorgen juf.’ ‘Hé Lisette, hoe gaat het met je, je kijkt niet vrolijk.’ Lisette is verdrietig. Haar vader en moeder gaan uit elkaar en haar moeder heeft nu een flat toegewezen gekregen. ‘Mama is blij juf, maar ik niet. Waarom blijven ze niet gewoon bij elkaar wonen?’ De leerkracht antwoordt: ‘Kom onder het stillezen maar bij me Lisette, dan praten we samen. En je weet het, als je verdriet voelt opkomen, loop je gewoon even naar mijn stoel, je mag er dan op gaan zitten. Ik kom eraan.’

Helpen na schooltijd

Job is niet meer de oude. Papa heeft een nieuwe vriendin. Nu heeft Job opeens twee zusjes en een broer erbij. Die grote broer slaapt op zijn kamer. Job is onrustig, kan zich niet concentreren op school, is brutaal tegen de overblijfjuf. Na schooltijd blijft hij hangen in het lokaal. ‘Ik wil niet naar huis juf. Kan ik u nog helpen, juf?’ De leerkracht spreekt af dat ze elke week met Job een gesprek heeft. En hij mag, als hij wil, haar voorlopig ‘s middags na schooltijd helpen.

Na schooltijd blijft hij hangen in het lokaal. ‘Kan ik u nog helpen, juf?’

Rots in de branding

Moeder voedt haar zoon Leon alleen op. Oma is een rots in de branding en steunt haar door dik en dun. Zelfs bij het kennismakingsgesprek is zij aanwezig. Oma brengt Leon vaak naar school en wordt al gauw een goede bekende van het personeel. Door een tragisch ongeluk valt oma weg. Leon is enorm verdrietig. Na overleg wordt afgesproken dat hij zo gauw mogelijk weer naar school komt. Leon, inmiddels 6 jaar, mag verdrietig zijn, naar de juf toegaan en zelfs op zo’n moment even gaan wandelen door de school. In het kamertje aan het bureau van de intern begeleider is een extra plekje voor hem gemaakt. Hij maakt daar regelmatig gebruik van en zit dan even buiten zijn eigen klas te lezen of te tekenen. Op een dag gaat de deur open en schuift Leon weer aan zijn bureau in het hoekje. Na een poosje stapt hij op: ‘Ik ga weer naar de klas en mijn tekening mag je ophangen.’

*De namen in dit verhaal zijn gefingeerd.

0 Comments