leidenpedagogiekblog

Dag 13. Als de partijen het niet eens zijn

Dag 13. Als de partijen het niet eens zijn

Eén van de grootste uitdagingen bij de zorg voor kinderen die het moeilijk hebben is de coördinatie en communicatie tussen verschillende partijen.

Eén van de grootste uitdagingen bij de zorg voor kinderen die het moeilijk hebben is de coördinatie en communicatie tussen verschillende partijen. De ouders en de school zijn het lang niet altijd eens over wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren. En dan zijn er vaak nog allerlei hulpinstanties betrokken die soms ook weer een heel ander standpunt hebben. Elk van de partijen maakt het kind ook mee in andere omgevingen en situaties en kijkt met een eigen invalshoek en vanuit de eigen ervaring en kennis naar het kind.

Volgens het Kinderrechtenverdrag zou in deze verschillende invalshoeken altijd het belang van het kind centraal moeten staan. Maar in de praktijk lijkt dat niet altijd het geval. En soms zijn twee partijen het wel met elkaar eens, maar sluit de inschatting van een derde instantie daar weer niet bij aan. Of zijn twee partijen het eerst wel eens en loopt het alsnog uit op een vertrouwensbreuk die niet meer makkelijk te repareren is. Het belang van het kind dreigt daarmee uit beeld te raken. In het verhaal van vandaag worden de partijen het ook niet eens en loopt de communicatie spaak.

Boos

Een basisschool in één van de 4 grote steden. Een meisje uit de middenbouw is vaak boos, verzet zich regelmatig tegen de regels en houdt zich niet aan afspraken. De school besluit met de moeder van het meisje te gaan praten. De moeder herkent het gedrag. Ze heeft daar ook thuis behoorlijk last van en vindt het moeilijk om het zelf in goede banen te leiden. Het gedrag veroorzaakt eigenlijk al jaren problemen thuis en op school, is steeds moeilijk bij te sturen, en wordt in beide situaties ervaren als meer dan zomaar opstandig. De moeder staat dan ook open voor een gesprek met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) om te kijken of professionele hulp het verschil kan maken. Tijdens een gesprek tussen de moeder, het meisje en een CJG-medewerker blijkt dat die laatste een ander beeld heeft van de situatie. Zij denkt dat er sprake is van verwend gedrag en ziet geen aanleiding voor een verder hulptraject.

Eigenlijk wil moeder met haar kind naar een andere organisatie, maar de wachtlijsten zijn elders veel te lang.

Op de stoep

Binnen de school is niet voldoende expertise om een adequaat hulpprogramma voor het meisje in te zetten. Daarom probeert moeder de weg via de huisarts. De huisarts verwijst moeder en kind door naar een jeugdhulpverleningsinstantie. Na de intake bieden ze een Minder Boos training aan: een erkende training die als effectief te boek staat voor deze leeftijdsgroep en dit type gedrag, ook als het gedrag ernstig is. De eerste bijeenkomst verloopt prima en de trainers zijn tevreden. Maar de tweede bijeenkomst loopt minder goed. De moeder is wat vroeg terug bij het gebouw om haar dochter op te halen en dan blijkt het meisje al op de stoep te staan terwijl de trainingsbijeenkomst nog niet is afgelopen. Ze vertelt dat ze uit de groep is gezet, omdat ze te boos werd. Het meisje ging alleen de ruimte uit en niemand heeft daarna meer gekeken waar ze was en hoe het met haar ging.

Eén deur

Het vertrouwen van de moeder in de organisatie is hiermee ernstig geschaad en de communicatie met de trainers loopt dan ook stroef waardoor onduidelijk blijft wat er nu precies wanneer is gebeurd. De trainers hebben zo hun eigen visie op het meisje en de moeder. Eigenlijk wil moeder met haar kind naar een andere organisatie, maar de wachtlijsten zijn elders veel te lang. Ze blijven bij dezelfde instantie en gaan alsnog een diagnostisch traject in waaruit blijkt dat het meisje inderdaad een gedragsstoornis heeft. Wie gelijk had over de aard van de problemen van het meisje doet er alleen niet toe als passende hulp niet van de grond komt. En vingerwijzen helpt al helemaal niet aangezien alle partijen uiteindelijk door één deur moeten: de deur op weg naar goede zorg voor het meisje. Dat is in het belang van het kind.

0 Comments